Regelrubriek, afl. 21 Droppen op hellend vlak

Het blijft lastig, de plek waar je moet droppen. Hieronder weer een voorbeeld.
Machteld en Joke lopen samen een rondje. Ze gaan gelijk op. Op hole 4 Groen liggen hun balletjes beide in een rechte lijn voor de green op de heuvel. De sloten links en rechts leveren geen gevaar meer op, denken ze…..
Machteld slaat als eerste en met een mooie chip landt haar bal even voor de rand van de green.
Dan is het de beurt van Joke. Ook haar bal gaat in een chip in een boog omhoog maar komt helaas niet zo ver als die van Machteld. Erger nog… hij landt op de helling en rolt omlaag. Met afgrijzen ziet Joke haar bal sneller en sneller rollen en met een plons in de sloot verdwijnen. Helaas, de PAR kan ze vergeten. Ze moet droppen.
Joke loopt naar de fairwaykant van de sloot en dropt vlak vóór het water een balletje. “Nee joh, je mag aan deze kant van de sloot droppen”, roept Machteld, die al op de green staat. “Je bal kwam toch op de helling terecht? Je moet vanaf het punt waar hij het eerst de grond raakte binnen een stoklengte droppen”. “Oké, doe ik,” zegt Joke. Het blijkt lastiger dan gedacht want de gedropte bal blijft uiteraard niet op de helling liggen. Ze dropt hem dus aan de voet van de heuvel maar wel aan de greenkant van de sloot.
Was dit correct?
Ik vroeg het regelneef Harm.
Zijn antwoord:
Bij ligging in een hindernis is het altijd van belang om te bedenken waar de bal voor het laatst de grens van de hindernis heeft gekruist.
Hier ligt dat referentiepunt aan de greenzijde van de sloot bij hole Groen 4.
Maar er waren meer en misschien gunstiger mogelijkheden. Voor het ontwijken (nemen van relief) moet je één van de (rode) hindernisregels toepassen (regel 17.1d).
In deze situatie had Joke drie mogelijkheden voor het kiezen van haar plek om te droppen, in alle gevallen uiteraard met één strafslag:
1. binnen een clublengte van de plek waar ze haar vorige slag had gedaan,
2. recht naar achteren, d.w.z. binnen een clublengte van de lijn door de vlag en het referentiepunt, aan de fairwaykant van de sloot,
3. binnen 2 clublengtes van het referentiepunt, niet dichter naar de hole. Dat zou misschien nog binnen een heel klein taartpuntje aan de green zijde kunnen. Een goede chip slaan op die helling is echter niet makkelijk.
N.B. (14.3c(2)). Als de bal na droppen uit de dropzone rolt, moet je nogmaals droppen. Als ie er weer uitrolt, plaats je op de plek waar de bal de tweede keer de grond raakte, of de dichtstbijzijnde plek waar de bal blijft liggen (maar niet in de hindernis).
Aldus Harm.
Hieronder de drie door Harm genoemde mogelijkheden in beeld:

Links: Terug naar de plek waarvandaan het laatst werd geslagen (1).
Midden: droppen recht naar achter binnen een clublengte van de lijn door de vlag en het referentiepunt aan de fairwayzijde van de sloot (2)
Rechts: droppen binnen 2 clublengtes van het referentiepunt aan de greenzijde van de sloot, maar niet dichter bij de hole (3)
We kunnen dus concluderen dat wat Joke deed (3) correct was maar dat ze het zichzelf daarmee niet makkelijk maakte. Zelf zou ik voor 1 kiezen. Het meest kansrijk volgens mij. Mee eens?
Miek Denekamp



