Regelrubriek: Hole 6, bal in de sloot
Op onze huidige korte hole 6 ligt ook voor hoge handicappers een birdie letterlijk dichter binnen bereik. Een goede afslag blijft daarbij uiteraard van belang, wat niet altijd lukt. Kan het juist toepassen van de golfregels hierbij helpen?
Berendine en Jan spelen matchplay en staan bij de afslag van 6. De stand is 3-2 voor Jan. Berendine slaat als eerste af. Na een mooie swing gaat de bal in een boog langs de bosjes en verdwijnt uit het zicht.
“Die is de sloot in”, sombert ze.
“Misschien ligt ie nog op de rand” oppert Jan, “Ik zou een provisionele slaan”.
Dat laat Berendine zich geen twee keer zeggen, maar haar provisionele bal gaat dezelfde kant op en belandt zeker in de sloot want het water spat op.
Nu laat ze de beurt aan Jan, die zijn bal keurig binnen een meter van de hole legt (foto 1 met de vlag).
Berendine beseft dat ze op zoek moet naar haar 1e bal en vindt die op de rand voor de sloot (foto 2 bij het water).
Kan ze deze hole nog winnen? We kloppen aan bij regelneef Harm:
Ha matchplay, net even anders, dat houdt de gedachten scherp. Dus gaan we even scherpslijpen.
Het begint al met de volgorde van afslaan. Die is bij matchplay niet zo vrijblijvend als bij strokeplay, waar ready golf het devies is (regel 6.4a(1)). Wie de vorige hole won, slaat als eerste af. Als Berendine de vorige hole niet heeft gewonnen, mág Jan haar afslag ongeldig verklaren en moet ze opnieuw slaan nadat hij heeft afgeslagen. water rechts naast hole 6 is géén (water)hindernis maar Out of Bounds (zie de witte paal op foto 1). Zelfs als het een rode hindernis was, twijfel ik of ie de grens van de hindernis zou raken. Omdat er hier sprake is van mogelijke Out of Bounds, mag er een provisionele bal (regel 18.3) worden geslagen.
In het geval van een (water)hindernis mag je alleen de ontwijkregels van 17.1d toepassen. Bij twijfel, of je bal misschien verloren ligt in het algemene gebied, mag een provisionele bal (PB) weer wél.
Voordat Berendine haar PB slaat moet echter, in verband met de volgorde, eerst Jan afslaan (regel 6.4c). Zeker bij matchplay zou deze goede bal van Jan extra spanning hebben opgeleverd voor Berendine.
Natuurlijk kan haar bal daarna met een goede chip bij de hole belanden (slag 2 voor Berendine). Ook die putt is voor Jan nog géén ‘gimme’ op deze hobbelige ‘green’. Dan hebben beiden 3 slagen, dus zou de hole worden ‘gehalfd’.
Winnen kán alleen als we Jan beschuldigen van ‘advies geven’ over de provisionele bal, zodat hij de ‘algemene straf’ krijgt (regel 10.2a) en hij de hole verliest bij matchplay! Maar dan is het waarschijnlijk wel het laatste rondje samen.
Aldus Harm.
Miek Denekamp-Mulder



